Melkveehouderij kennisReproductie & FokkerijFokkerijGenomic fokwaarden, de beste voorspelling voor de werkelijke fokwaarden Genomic fokwaarden, de beste voorspelling voor de werkelijke fokwaarden
Genomics is een veel besproken onderwerp in de veefokkerij. Niet alleen in de rundveefokkerij, maar ook in de pluimvee- en varkensfokkerij wordt de techniek van genomic selection toegepast en ook in de plantenveredeling wordt het breed ingezet. Binnen de rundveefokkerij wordt genomic selection gezien als de grootste revolutie sinds het mogelijk werd om sperma in te vriezen, in de jaren '50 van de vorige eeuw.

Wat erg belangrijk is in de veefokkerij, is om op een zo vroeg mogelijk moment een goede inschatting te hebben van de fokwaarde van een stier. Met de genomic fokwaarden wordt geprobeerd om de foktechnische kwaliteiten van stieren op een vroeg moment zo goed mogelijk in te schatten. In de ideale situatie zou de fokwaarde in een heel vroeg stadium al perfect worden ingeschat om daarna niet meer veranderen. Maar dat is slechts theorie, in de praktijk veranderen fokwaarden nogal eens. Dit komt omdat er nieuwe betrouwbare gegevens worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld melkproductie cijfers of keuringen van dochters. Daarom is het interessant om ook te kijken naar de verschillen tussen oude fokwaarden en huidige fokwaarden van stieren. In deze vergelijking is gekeken naar de fokwaarden van augustus 2010 van alle stieren die in augustus 2010 een genomic fokwaarde hadden en nu een fokwaarde hebben op basis van dochter informatie. Dit zijn in totaal 911 stieren. Deze stieren daalden in deze periode gemiddeld genomen 28 punten TPI. Dat is niet zo heel veel maar er zit veel variatie in de verschillen in fokwaarden. Sommige stieren dalen een klein beetje andere daalden juist erg veel. Maar er waren ook stieren die een klein beetje of juist heel veel stegen in TPI. In tabel 1 staan de gemiddelde verschillen van de genomic stieren.

Zoals gezegd, sommige stieren dalen, anderen stijgen. Om deze verschillen te laten zien, zijn de onderstaande grafieken gemaakt. Op de horizontale as staat het verschil in de oude en de huidige fokwaarde. En op de verticale as staat het aantal stieren die dit verschil in fokwaarden hebben.
Zo zijn er ongeveer 30 van de 911 stieren die 0 punten verschil hebben tussen hun oude en de huidige TPI fokwaarden. Maar er was ook een stier die maarliefst 325 punten steeg en een stier die 350 punten zakte. Je kunt dus stellen dat, op basis van deze gegevens, er een kans is van 0,1% (1/911) dat een stier 350 punten zakt of 325 punten stijgt. Er is 95% kans dat de fokwaarde tussen –200 en +200 punten TPI verandert als er dochter informatie aan de fokwaarde wordt toegevoegd.
Wanneer op de tabel wordt geklikt, wordt deze uitvergroot weergegeven.
Voor alle onderzochte kenmerken blijkt dat het verschil gemiddeld relatief dicht bij 0 ligt. Behalve voor Productive Life, hier is het verschil wat groter. Dat betekent dat met de huidige berekening van genomic fokwaarden de jonge stieren voor dit kenmerk nog wat te hoog worden ingeschat
Genomic fokwaarden zijn een inschatting met een betrouwbaarheid van zo'n 75%. Dat wil ook zeggen dat genomic fokwaarden geen perfecte inschatting zijn. Hoe hoger de betrouwbaarheid van de oude fokwaarde, hoe kleiner worden de verschillen des te smaller worden de grafieken. Om dat te illustreren is ook gekeken naar de stieren die in augustus 2010 alleen dochters uit de proefperiode aan de melk hadden en nu dochters uit de fokperiode hebben toegevoegd. De betrouwbaarheid van deze oude fokwaarde was ongeveer 85% en is nu 95% of hoger. In tabel 2 staan de gemiddelde verschillen en de grafieken tonen de spreiding ervan aan. Deze grafieken zijn duidelijk smaller, de verschillen zijn dus kleiner.

De fokwaarden van de dochter-geteste stieren zijn dus erg stabiel. Maar uit de tabellen is ook op te maken dat er groot verschil in niveau zit tussen de genomic stieren en de fokstieren, van 150 TPI.
Iedere veehouder is vrij om te kiezen welke stieren hij wil gebruiken. Wil voor zekerheid gaan en zeker weten dat er een kleine kans is dat de stier zal dalen, dan is aan te raden om fokstieren te gebruiken. Maar om meer rendement uit de veestapel te halen door middel van fokkerij dan zijn genomic stieren het meest geschikt. Ook al dalen deze stieren gemiddeld genomen iets als hun dochters aan de melk komen, dan nog ligt hun niveau stukken hoger dan dat van fokstieren. Het is echter niet aan te raden om maar 1 of 2 genomic fokstieren te gebruiken. Het kan namelijk zijn dat juist die stieren veel gaan dalen. Daarom is het verstandiger om een groep van 5, 6 of 7 stieren gebruiken om de kans op tegenvallers te beperken. Door genomic stieren verstandig te gebruiken kunt u maximaal rendement halen uit uw fokkerij-investering.

















