Melkveehouderij kennisReproductie & FokkerijVruchtbaarheidWat zijn de kritische factoren voor een succesvolle aanpak van de vruchtbaarheid? Wat zijn de kritische factoren voor een succesvolle aanpak van de vruchtbaarheid?
De belangrijkste factoren die in beeld moeten zijn voor een succesvol management van de vruchtbaarheid zijn:

Aantal dagen aan de melk bij eerste inseminatie. Het percentage conceptie (%Conc.) voor koeien minder dan 50 dagen aan de melk zal lager zijn als koeien die langer dan 50 dagen aan de melk zijn. Het percentage conceptie zal over het algemeen hoger zijn tot 70 dagen aan de melk. Bij eventuele synchronisatie zullende resultaten beter zijn voor koeien die langer dan 70 dagen aan de melk zijn.
Pariteit oftewel het aantal keren afgekalfd heft een een grote invloed op het dracht%. Per lactatie zal het dracht% met 1% tot 2% lager zijn. Indien dit niet het geval is, kan dit betekenen dat het resultaat van de jongere dieren te laag is.
Niet cyclische dieren hebben een grote invloed op het drachtpercentage. Deze dieren vertonen geen tocht en reageren niet op synchronisatie. Slecht management in de transitieperiode, voedingsstoornissen, kreupelheid en onvoldoende voeding leiden tot een verhoogd aantal niet cyclische dieren.
Verandering in conditiescore heft een grote invloed op de vruchtbaarheid. Ideaal is als koeien afkalven met een conditie van 3.25 – 3.50 en minder dan 0.75 verliezen in conditie op het moment van de eerste inseminatie. In dit geval is inseminatie bij een conditie van 2.50 – 2.75 ideaal. Uit onderzoek blijkt dat bij deze verloop van conditiescore dat 75% van de dieren drachtig kunnen zijn op 150 dagen na afkalven. Wanneer meer dan 40% van de dieren meer conditie verliezen het percentage dieren drachtig op 150 dagen beduidend lager is en rond de 60% zal liggen.
Hittestress is van grote invloed op het dracht%. He heeft een negatief effect op het laten zien van de tocht maar ook nadelig voor de conceptie.
Voedingsstoornissen en afkalfproblemen hebben een grote impact op het dracht% bij de eerste inseminatie. Onderzoek uitgevoerd doro Jordan in Texas 1999 laat dit duidelijk zien. Het dracht% van koeien die aan de nageboorte waren blijven staan was 10%; voor koeien afgekalfd van een tweeling was dit ook 10%. Voor koeien met meerder problemen was het dracht% 17%, voor koeien met mastitis in de eerste 70 dagen was het dracht% 23%. Voor de koeien zonder problemen lag het dracht% op 34%.
Protocollair werken volgens een vaste systematiek geeft een goed beeld van de resultaten en is essentieel voor succes. Alle koeien na de vrijwillige wachtperiode moeten tochtig gezien worden in een periode van 21 dagen. Indien tochtig ook daadwerkelijk en tijdig worden geïnsemineerd. Indien geen tocht waargenomen moeten deze gecontroleerd en behandeld worden.
Goed bevruchtend sperma kan zeker op bedrijfsniveau een duidelijk verschil maken. Met goed bevruchtend sperma is het mogelijk om het percentage conceptie met 3-5% te verhogen.





